de politiek in BIJNALAND
Dat de Tsjeeven op dit ogenblik weer volop bezig zijn met het spelen van linke virtuele spelletjes en met het bedenken van reukloze verrottingsstrategietjes allerhande, daar twijfelt zelfs het kleinste kind niet aan.
Als rabiate, doch recht (en let vooral op dat je de s niet leest) geaarde dwarsligger ben ik het dan aan mijn bedenkelijke status verplicht ook een plannetje te bedenken. Een alternatiefje, zo voor de vuist weg.
Ik gooi het meteen met alle plezier in de -weliswaar relatief kleine- kring van hardnekkige zeggenschapaanbidders. Van de diehards dus, om het met enige weerzin voor quasi Cremboiaanse oorlogstaal te zeggen.
Ziehier dat plannetje:
1. Aangezien België, nadat mijn plannetje zal uitgevoerd zijn, tot spijt van wie het benijdt niet meer zal bestaan, stel ik voor om het ganse grondgebied met meer realiteitszin dan mij lief is nu reeds ‘BIJNALAND’ te noemen. De argumenten hiervoor hoef ik wellicht niet meer uit de doeken te doen, vermoed ik, de vuilbakken van de kranten puilen er van uit, nietwaar.
2. Aangezien wij Vlamingen toch over de numerieke meerderheid beschikken en hoogst van de kerktoren kunnen blazen, vind ik dat we quasi onmiddellijk kunnen overgaan tot de vreedzame annexatie van ons nieuwe wingewest Wallonië. Gewoon even wegstemmen dat non-land, er hoeft geen haan naar te kraaien.
En wie zich niet in moederland Vlaanderen wenst te integreren (taalproefje verplicht, dat is evident), kan zich ophangen aan de hoogste Ardeense den of emigreren naar Frankrijk of naar Zwitserland, Papoea Nieuw-Guinea of de achterzijde van de maan, het maakt niet uit, als ze maar weg zijn.
En we dammen meteen de Maas, de Ourthe en de Amblève af en laten de helft van het Walenland vollopen tot er een gigantisch stuwmeer ontstaat, dan kunnen die verdomde kerncentrales eindelijk gesloten worden.
En op de andere helft, de wulpse heuveltjes dus, planten we een geel-zwart windmolenwoud dat we met man en macht uit de handen van Suez zullen houden.
En diep in dat windmolenwoud leggen we Plopsaland-tris of quatrocento. In de Ardeense wouden, daar horen kabouters te wonen, niet in de duinen of op de buis. Daar voegen we dan nog wat schattige hertjes en stoere everzwijnen aan toe en klaar is Kees. Laat de Hollanders dan maar komen!
3. Aangezien Brussel mosselen noch vis is, stel ik voor dat we er een grote gesloten instelling van maken à la Steenokkerzeel of Everberg. We zijn namelijk keigoed in die dingen.
Groot genoeg echter om naast het doordeweekse gajes ook de uitdeinende horde Europese bureaucraten tot betere gedachten te brengen. Het zou niets te vroeg zijn.
Een paar reguliere hongerstakende azielzoekers moeten er zeker ook bij, al was het maar om op TV te kunnen komen. Bovendien zien die rotverwende Europeaantjes dan eens met eigen ogen hoe de economische wereldvork aan de kapitalistische steel zit.
En wat doe je met de firma Albert & Zonen (hofleverancier wegens de genade Gods), hoor ik jullie vragen?
Wel, ik stel voor dat we gans dat zootje luizen in de dierbare vaderlandse pels deporteren. Naar Monaco of zo. Soort zoekt daar soort.
En heel af en toe laten we hen eens gratis deelnemen aan programma’s zoals “Het leven zoals het is: Oude Pispalen uit Bijnaland”. Of aan Eurosong, of aan het Vlaams Nationaal Zangfeest, want alles is beter dan Clouseau of zo…
politiek
Ook gehoord dat een Belgisch paard op de Olympische Spelen een gouden medaille zou behaald hebben? In Amerikaanse loondienst weliswaar, maar het paard zou van Belgische makelij zijn. Neen, geen Brabants trekpaard, die springen niet over belachelijke stokjes en muurtjes, die ploegen naarstig verder. Een luxepaard dus, stamboom ontgroeid.
Een zijdelings opstekertje dan maar.
Nu nog de geile goestinggeit van Leterme. Tsjevengedrocht dat engelen telt op de stip van een naald.
Of de Afghaanse kemel van Crembo. Met een zwabbergezicht alsof te strak in de string.
Of het zwarte beest van Dewinter. Twistkwabaal op een bedje van swastikaatjes en een zoetzure kaalgevreten kutkabeljauw als kater erna.
Of ons aller Leeuw van Vlaanderen, met in het bronsgroene eikenhouten hart nog ruimte zat voor een perfect gegaard haantje dat snakt naar de wijn.
Of dat reeds half gegaarde franstalige haantje, blakend van koeterwaals en Brusselse rotte keis, per declaratie goed voor de torenhoge horden, het kleiduifslingeren en het hamerschieten.
Of de gave, brave naaktslak die bulkt van de nefaste omstandigheden, constant op zoek naar een proper huisje van betaalbare peperkoek.
Maar het weze gezegd: goud heeft zo z’n beknibbeld prijsje!
Lang leve de afdingpolitiek!
Epiloog
Enig idee hoe de naaktslak overleeft?
Door het eten van kapot gestampte rauwe aardappelen. Ik heb het met eigen ogen gezien. Op de winderige wandelweg van het voorbij waaiende leven.
Dan heb je iets aan een huis-tuin-keukentje moraal.

“Met alle Chinezen, maar niet met den dezen”, debiteren we soms enigszins verkrampt tot grapjas in een opwelling van vermeende zelfzekerheid. Niets mee te maken. Niet met mij. Nee toch?
Ja toch!
Die Chinese staatsmannetjes, vlak uitgestreken in het onberispelijke pak, nemen ons en hun eigen burgers in het propaganda-ootje.
Zjang-met-de-pet moet die imago-spelen niet. Die houdt zich in met de sloop bedreigde achterafsteegjes op. Bezig met overleven. Rekent ontluikend af met oude draken in betoverend gepende landschapjes. Met schetterkleuren en hun ongrijpbare missie. En met ranzige heldhaftigheid, met gedicteerde volgzaamheid.
Er wacht hem een cultuur zonder boekje, nu. Geboekstaafd in de propagandistische intimidatie van een totalitaire moraal, verdoezeld met een laagje gedisciplineerde bombast en kapitalistisch kabaal. Met valse glitterkleuren en hun missie. Oogschaduw voor het volk.
Ooit schrijfster Lulu Wang horen praten? Nou ja, praten! Chinese spetterpoep-opera voor doven en slechthorenden. Zoiets. Ergerlijk, en geen afzetknopje. Geschonden mensenrecht van de stilte.
Kanteltrien bovendien. Terwijl iedereen las en dacht dat ze een heldhaftige verzetsvrouw-op-de-vlucht was, blijkt ze nu een fervente aanhangster van het regime te zijn. Ze heeft ons belazerd, het schreeuwerige engerdje!
In een dictatuur hoef je niet bang te zijn van enge typetjes. Niets kan de engheid van het staatsapparaat immers overtreffen.
En Zjang lacht zich in zijn achterafsteeg te pletter…
En in de luwte van dit alles maakt Margriet Hermans zich nog eens dik.
Naar Nederlands model vindt zij dat bij het afleveren van een vergunning moet nagegaan worden of het wel verantwoord is om een snoepwinkel of een frituur in de buurt van een schoolpoort neer te poten.
De kat weg van bij de melk, dus. Zij heeft haar hachje reeds gered.
En Nederland en z’n in eeuwige argwaan verzinkend, naar mottenballen stinkende Poldermodel!
Alsof we daar nog iets van op te steken hebben! Alleen een slijkloze mossel kan nog net.