op de schelde
De vissers komen afgevaren
met dappere spanen,
en maaien kloek met brede zwaai
de avondzoenglans, die ligt in brede banen
van aan de kaai
tot in het verre westen ginder,
gelijk één weelde tarwenaren
vol reuzelrijp gezinder.
De riemen duikelplonsen het water in, en duikelmoe
slaan ze dra met zilverbliksem boven,
en pikken af, en keren af en toe
de gulden waterpracht met hele schoven.
En […]

